1. Economie is inspelen op behoeften
  2. Economie wil zo groot mogelijke aantallen maken om de omzet te verhogen
  3. Economie wil meer doen met minder mensen.
  4. Economie wil effect bewerkstelligen door vanuit de organisatie aangegeven argumenten
  5. Meer winst veroorzaken zorgt voor eenmalige verkopen en afnames
  6. Concurrenten die hetzelfde goedkoper leveren zullen altijd de voorkeur hebben
  7. Economie zet een mechanisme in werking dat onomkeerbaar leidt tot minder omzet en winst
  8. Economische cijfers worden beïnvloed door het weer of 1 extra 'koopdag' per maand
  9. Economie ziet mensen als consumenten, kopers en verbruikers
  10. Economie legt bejaarden in de luiers en gevangenen in de watten
  11. Economie laat vrijwilligers in zorginstellingen betalen voor hun koffie
  12. De mens koopt wat hem beloofd wordt en er blijkt gelogen
  13. De mens leent geld en staat versteld van de rente-gevolgenZ
  14. Zelfs Douwe Egberts gaat in 'duurzame' koffie
  15. 55-plussers hebben veel geld te besteden, de economie laat dit nog steeds liggen
  16. In de EQnomie is de Mens de Meester en niet meer de knecht van de economie; het hoogste goed voor mensen is niet langer consumeren...
  17. Rekenen (Homo Economicus) is een secundaire emotie.
  18. Mens = Emotie: 'energie in beweging', letterlijk 'beweging naar buiten'. De Mens wil Emotie Ervaren (geraakt worden). De Economie beperkt zich tot de 'beweging' van geld, diensten en goederen, bij voorkeur met een positief saldo aan mijn kant ((niet)bestolen worden).
  19. Bewust, Beheerst en Doelgericht actief zoeken en omgaan met Emotie is EQnomie. Al het andere is economie, inclusief 'consument' als hoogste mens zijn.
  20. De EQnomie zet de Pyramide van Maslov lettelijk 'op zijn kop'.
  21. Economie is 'omdat het kan'. EQnomie is 'omdat ik het wil'.
  22. De Economie gaat over 'mogen' en 'moeten'. De EQnomie gaat over 'willen' en 'kunnen' en 'durven'.
  23. De EQnomie is Mensgericht (individueel). De Economie is Klantgericht.
  24. In de Economie werk je voor een Baas. In de EQnomie werkt 'de baas' voor jou, en als dat niet zo is zoek je een andere 'baas'.
  25. De relatie tussen Levencier en Klant is al lang Asynchroon.
  26. Niet Klanttevredenheid (Economie) maar Klantgeluk (EQnomie).
  27. Mensen willen niet meer Economisch beroofd worden maar EQnomisch geraakt worden.
  28. Economie is een doel op zich. EQnomie is een hoger doel waaraan de hele economie ondergeschikt is. In de EQnomie is de economie een middel.
  29. Economie gaat over kwantiteit; EQnomie over kwaliteit.
  30. Succes wordt in de Economie op een totaal ander (stoffelijk) niveau gedefinieert dan onder de EQnomie (spiritueel).
  31. De EQnomische mens defnieert zijn eigen Zelf, Succes en Behoeften.
  32. EQnomie definieert alles in termen van Beleving, Ervaring. Economie definieert alles in termen van produkten, diensten; kortom: oplossingen.
  33. Homo EQnomicus beziet wat de economie te bieden heeft in termen van de mogelijke bijdrage aan zelfontwikkeling, -realisatie en -bewustzijn.
  34. In de EQnomie is Realiteit = Projectie * Perceptie (Fantasie). ((R=Pr*Pe(F))
  35. Als EQnomie Liefde is, dan is Economie Sex. (EQnomie:Liefde als Economie:Sex)
  36. De uiterlijke wereld bepaald het welzijn van mensen onder de economie; de inerlijke wereld bepaald het welzijn van de mens onder de EQnomie.
  37. Een mens is een mens. Altijd en in elke omstandigheid.
  38. Elk mens is uniek.
  39. Een mens heeft emoties
  40. Het ervaren van emoties is feitelijk de kern van het mens-zijn.
  41. Wie die emoties tot eigen voordeel wil bespelen, verliest altijd.
  42. Emotie is wat anders dan primair gevoel.
  43. Emotie is de gemoedsbeweging die mensen doet handelen.
  44. Door emotie kunnen mensen mensgericht zijn.
  45. Mensgerichtheid raakt de kern van mensen.
  46. Mensgerichtheid is communicatie.
  47. Communicatie gaat altijd twee kanten op.
  48. Wie zich op mensen richt, richt zich op de emoties van mensen.
  49. Alleen eerlijkheid heeft effect.
  50. Alleen positiviteit zorgt voor emotionele ankering.
  51. Mensen die dit inzien, zijn ontvangende mensen.
  52. Ontvangende mensen worden niet gelukkig van geld of bezit.
  53. Ontvangende mensen halen hun geluk uit 'het ervaren'.
  54. Hun grootste ervaring is die van het mens-zijn.
  55. Geld en bezit beschouwen zij als middelen om tot dat ervaren te komen.
  56. Leiden geld en bezit niet tot ervaren, dan hebben zij voor hen geen waarde.
  57. Een Klant (Cliënt, Afnemer, Leerling, Burger) is een Mens. Altijd!
  58. Een Mens bestaat uit Emoties, en niet uit 'demografische factoren' of zelfs Ratio.
  59. Het ervaren van Emoties is de kern van het mens zijn.
  60. De EQnomische (bewuste) Mens verkiest de Homo Ludens ver boven de Homo Economicus.
  61. Mensgerichtheid is iets tussen Mensen en is Emotioneel. Het raakt de kern van mensen en ligt voorbij het ego.
  62. De (oude) Economie is klantgericht; de EQnomie is mensgericht.
  63. Elke uitwisseling tussen mensen is gericht op de ervaring van verbondenheid. "Jij biedt mij de Ervaring te leven, dus ik besta!"
  64. Elk mens is een unieke manifestatie van het verlangen naar dat Ervaren.
  65. De ratio; denken, is secundair; denken is het rationaliseren van de ervaring van emoties.
  66. Emotie zonder ratio is spiritualiteit ervaren en is de meest pure emotie.
  67. De Ego zoekt naar geluk door geld en bezit. Economie is gericht op Ego.
  68. Het besef dringt door dat Geld en Bezit niet gelukkig maken.
  69. Mensen zoeken daarom Het Ervaren; voorbij het Ego en de Economie.
  70. De EQnomie wordt geregeerd door dit Ervaren en niet door geld en bezit.
  71. Geld en Bezit zijn hooguit middelen om tot Ervaren te komen.
  72. Economie hoort bij Winst en Klant; EQnomie hoort bij Ervaren en Mens.
  73. Religies bieden uiteindelijk ook niet het Ervaren dat mensen zoeken.
  74. Mensen kopen en nemen diensten af op basis van werkelijke of beloofde ervaringen.
  75. Mensen willen ervaren dat ze leven. Nu.
  76. Goed en Fout zijn rationele begrippen.
  77. De economie is win/loose; de EQnomie is win/win. Altijd.
  78. De ratio is een slechte dienaar gebleken en mensen richten zich massaal op de emotie; het voelen en ervaren dat ze leven.
  79. Leven bestaat uit denken, voelen en ervaren.
  80. Bewust Leven bestaat uit Ervaren.
  81. Mensen willen zichzelf bewust zijn; zoeken erkenning van zichZelf.
  82. Leven heeft alleen zin als het wordt ervaren.
  83. In het ervaren van leven is geld een tussenmiddel en geen doel.
  84. De zucht naar geld is een teken van armoede; een honger naar illusie.
  85. Markten en doelgroepen zijn emoties; het zijn Mensen.
  86. Klanten bestaan niet. Mensen bestaan uit individuele ervaringen, niet uit groepen rationele kopers.
  87. De tijd dat mensen zichzelf aan een bedrijf 'verkopen' en zo medewerk(st)er worden is bijna voorbij.
  88. Voordat mensen medewerker van een bedrijf worden willen ze dat bedrijf eerst (emotioneel) 'kopen'; de missie, de cultuur, de mensen.
  89. De scheiding tussen 'werken' en 'leven' is verdwenen. Mensen werken niet meer naast hun (privé)leven; ze willen zichzelf ervaren, altijd, overal. Ze willen ook in hun werk het gevoel hebben te leven.
  90. Doelgroepen zijn Levend.
  91. Doelgroepen bestaan uit mensen, en niet uit demografische sectoren.
  92. Interacties tussen mensen zijn menselijk. Ze vinden plaats op een menselijk niveau en in een menselijke maat.
  93. Of het gaat om het doorgeven van informatie, meningen, vooruitzichten, verschillende opvattingen of humoristische zijstapjes; de menselijke stem is kenmerkend open, natuurlijk en niet gekunsteld.
  94. Mensen herkennen elkaar als zodanig aan de klank van hun stem.
  95. De EQnomie, in al haar facetten, is dienstbaar aan de interacties tussen mensen (dit was simpelweg ondenkbaar ten tijde van de massamedia).
  96. Intermenselijke contacten ondergraven hiërarchie, structurering en planning.
  97. In de EQnomie gaan mensen met elkaar om op een krachtige nieuwe manier.
  98. Deze vernette conversaties maken nieuwe vormen van sociale organisatie mogelijk en brengen het uitwisselen van kennis tot ontwikkeling.
  99. Als gevolg hiervan worden markten meer bij de hand, beter geïnformeerd en beter georganiseerd. Deelname aan een vernette markt verandert mensen fundamenteel.
  100. Mensen in vernette markten zijn er al lang achter dat ze betere informatie en ondersteuning van elkaar krijgen dan van de aanbieders. Dit is het einde van het geleuter van bedrijven die het hebben over de toegevoegde waarde van hun standaard handelswaar.
  101. Er bestaan geen geheimen. De vernette markt weet meer dan het bedrijf weet over zijn eigen product. En of het nu goed of slecht nieuws is, ze vertellen het aan iedereen.
  102. Wat gebeurt met markten gebeurt ook tussen werknemers. Een metafysische constructie die wij "Het Bedrijf" noemen is het enige dat tussen die twee staat.
  103. Bedrijven spreken niet in dezelfde toon als deze nieuwe vernette conversaties. Voor hun on-line doelpubliek klinken bedrijven hol, mat en letterlijk niet menselijk.
  104. Over enkele jaren zal de huidige homogene "stem" van het bedrijfsleven, het geluid van bedrijfsdoelen en folders, even onnatuurlijk en kunstmatig klinken als de taal van het 18e eeuwse Franse hof.
  105. Bedrijven die verkooptaal en uitvoerige PR verhandelingen gebruiken spreken nu al tegen dovemansoren.
  106. Bedrijven die aannemen dat on-line markten dezelfde markten zijn die vroeger naar de spotjes op televisie keken houden zichzelf voor de gek.
  107. Bedrijven die zich niet realiseren dat hun markten nu van persoon tot persoon vernet zijn, en als gevolg daarvan meer weten, en diepgaande conversaties hebben, die missen hun beste kansen.
  108. Bedrijven kunnen nu direct met hun markten communiceren. Als ze dat verknoeien, dan kan dat hun laatste kans zijn geweest.
  109. Bedrijven dienen zich er van bewust te zijn dat hun markten vaak lachen. Over hun.
  110. Bedrijven moeten opfleuren en zichzelf minder serieus nemen. Ze moeten gevoel voor humor krijgen.
  111. Gevoel voor humor krijgen betekent niet dat er een paar moppen op de website van het bedrijf geplaatst moeten worden. Eerder vereist het grote waarden, wat nederigheid, eerlijke tekst en oprechte uitgangspunten.
  112. Bedrijven die zich proberen te positioneren moeten een positie innemen. Het best kan dit te maken hebben met iets waar hun markt ook iets om geeft.
  113. Hoogdravend opscheppen "Wij hebben ons gepositioneerd om de leverancier van XYZ bij uitstek te worden" zet geen positie neer.
  114. Bedrijven moeten uit hun ivoren torens komen om te praten met de mensen waarmee zij hopen relaties aan te gaan.
  115. Public Relations relateert niet aan het publiek. Bedrijven zijn doodsbang voor hun markten.
  116. Door te spreken in een taal die afstandelijk, niet uitnodigend en arrogant is bouwen ze muren om markten op afstand te houden.
  117. De meeste marketing programma's zijn gebaseerd op de angst dat de markt erachter zou kunnen komen wat er daadwerkelijk gebeurt in het bedrijf.
  118. Elvis zei het het best: "We can't go on with suspicious minds." (we kunnen niet verder als we elkaar niet vertrouwen).
  119. Merkentrouw is de bedrijfsversie van vaste verkering. Maar de breuk gebeurt snel en is onomkeerbaar. Omdat ze vernet zijn wisselen deze intelligente markten razendsnel van partner.
  120. Vernette markten kunnen van leverancier wisselen tijdens de nacht. Vernette informatie-medewerkers kunnen tijdens de lunch een andere werkgever kiezen. Je eigen "inkrimp-initiatieven" leerde ons de volgende vraag te stellen: "Loyaliteit? Wat is dat?".
  121. Intelligente markten zullen leveranciers kiezen die hun eigen taal spreken.
  122. Leren spreken met een menselijke stem is geen conversatie-truc. Het kan niet geleerd worden op een of andere "bla" conferentie.
  123. Om met een menselijke toon te kunnen spreken moeten bedrijven de aangelegenheden van hun gemeenschappen delen.
  124. Maar eerst moeten ze zorgen dat ze bij een gemeenschap horen.
  125. Bedrijven moeten zichzelf de vraag stellen waar hun bedrijfscultuur eindigt.
  126. Als hun cultuur eindigt voor het begin van de gemeenschap, dan hebben ze geen markt.
  127. Menselijke gemeenschappen zijn gebaseerd op verhandelingen, met een menselijke stem over menselijke aangelegenheden.
  128. Die gemeenschap van verhandelingen is de markt.
  129. Bedrijven die niet horen bij een gemeenschap van verhandelingen zullen niet blijven leven.
  130. Bedrijven verheffen veiligheid tot een religie, maar dit leidt af van het werkelijke onderwerp. De meesten beschermen zich minder tegen hun concurrenten dan tegen hun eigen markt en personeel.
  131. Net zoals bij vernette markten praten mensen ook met elkaar binnen het bedrijf, en niet alleen over regels en bepalingen, directierichtlijnen, resultaten.
  132. Dit soort conversaties vinden tegenwoordig plaats op intranetten van bedrijven, maar alleen als de randvoorwaarden goed zijn.
  133. Bedrijven installeren intranetten vaak top-down om beleid voor het middenkader en andere bedrijfsinformatie te distribueren, waarbij het personeel zijn best doet om dit alles te negeren en te omzeilen.
  134. Intranetten hebben van nature de neiging om saaiheid te vermijden. De besten zijn bottom-up gebouwd, door toegewijde mensen die samenwerken om iets veel meer waardevol te bouwen: een bedrijfsbrede conversatie via hun intranet.
  135. Een gezond intranet organiseert medewerkers in veel betekenissen van het woord. De gevolgen zijn veel effectiever dan agenda's en bonden.
  136. Terwijl bedrijven hier doodsbenauwd voor zijn, zijn ze ook zwaar afhankelijk van open intranetten om kritische kennis te genereren en te delen. Ze moeten de behoefte kunnen weerstaan om deze vernette conversaties te "verbeteren" of controleerbaar te maken.
  137. Als de intranetten van bedrijven niet beperkt worden door angst en juridische regeltjes, dan klinken de conversaties die zo gestimuleerd worden opvallend veel op de conversaties bij hun vernette markten.
  138. Organisatie-diagrammen werkten goed in een oudere economie waar plannen volledig begrepen werden vanaf de top van steile management piramiden en gedetailleerde werkopdrachten van bovenaf naar beneden doorgegeven konden worden.
  139. Tegenwoordig bestaan organisatie-diagrammen uit hyperlinks en zijn ze niet meer hiërarchisch. Bewondering voor praktische kennis wint het van abstracte autoriteit.
  140. "Command and control"-managementstijlen (verdeel en beheers) worden ontleend aan, en versterken bureaucratie, machtswellust en een algemene paranoia-cultuur.
  141. Het argument voor paranoia is dat het conversaties om zeep helpt. Echter gebrek aan open conversaties helpt bedrijven om zeep.
  142. Er zijn twee conversaties aan de gang. Eén binnen het bedrijf. Eén met de markt.
  143. In de meeste gevallen verlopen deze conversaties niet erg goed. De oorzaak van dit falen kan bijna altijd teruggevoerd worden naar achterhaalde concepten uit "command and control" management.
  144. Als beleid zijn deze concepten vergiftigend, als gereedschap zijn ze kapot. "Command and control" wordt met vijandigheid bekeken door de informatiemedewerkers van het intranet en veroorzaken wantrouwen bij de vernette markten.
  145. Deze twee conversaties willen met elkaar versmelten. Ze spreken dezelfde taal. Ze herkennen elkaars stem.
  146. Slimme bedrijven gaan aan de kant en zorgen ervoor dat het onvermijdelijke sneller gebeurt.
  147. Als bereidheid om aan de kant te gaan een maatstaf voor IQ is, dan zijn er maar weinig bedrijven wijs geworden.
  148. Hoewel bijna niet waarneembaar, op dit moment worden miljoenen mensen die online zijn zich bewust dat bedrijven niets meer zijn dan merkwaardige, door een wet geschapen, ficties die actief voorkomen dat deze conversaties versmelten.
  149. Dit zijn zelfmoordneigingen. Markten willen praten met bedrijven.
  150. Het is bedroevend dat het deel van het bedrijf waar de markt mee wil praten meestal verscholen ligt achter een rookgordijn van promotiemateriaal, in een taal die niet oprecht klinkt, en vaak ook is.
  151. Markten willen niet praten met bedrijfsvoorlichters en marskramers. Ze willen deelnemen aan conversaties die achter de brandmuren van het bedrijf plaatsvinden.
  152. Het rookgordijn valt weg, en we worden persoonlijk: Wij zijn die markten. Wij willen praten tegen jou.
  153. Wij willen toegang tot je bedrijfsinformatie, tot je plannen en je strategieën, je beste ideeën en je oprechte kennis. Wij nemen geen genoegen met vierkleuren-brochures en websites volgepropt met snoep voor het oog, maar met gebrek aan inhoud.
  154. Wij zijn ook de werknemers die jouw bedrijf draaiende houden. Wij willen rechtstreeks praten met onze klanten met onze eigen stem, niet in scriptmatige clichés.
  155. Als markten en als medewerkers zijn we doodziek van het krijgen van onze informatie via de afstandsbediening. Waarom hebben wij jaarverslagen en derderangs marktonderzoekstudies nodig om ons aan elkaar voor te stellen?
  156. Als markten, als medewerkers vragen wij ons af waarom je niet luistert. Het lijkt alsof je een andere taal spreekt.
  157. Het opgeblazen en verwaande jargon dat je rondslingert, bij de pers, op conferenties, wat heeft dat met ons te maken?
  158. Misschien maak je indruk op je investeerders. Misschien maak je indruk op het Damrak. Je maakt geen indruk op ons.
  159. Als je geen indruk op ons maakt, dan lijden je investeerders verliezen. Begrijpen ze dat niet? Als ze dat wel begrepen, dan zouden ze jou niet zo laten praten.
  160. Jouw verveelde denkbeelden van "de markt" ontglippen aan onze ogen. Wij herkennen onszelf niet in jouw projecties, waarschijnlijk omdat we weten dat we al ergens anders zijn.
  161. Ons bevalt die nieuwe marktplaats veel beter. Die plaats maken we namelijk zelf.
  162. Je bent uitgenodigd, maar het is onze wereld. Doe je schoenen uit bij de deur. Als je met ons ruilhandel wil drijven, kom dan van je kameel af!
  163. Als je met ons wenst te spreken, vertel ons dan iets. Maak er voor de afwisseling iets interessants van.
  164. We hebben voor jou ook wel een paar ideeën: we hebben enkele nieuwe gereedschappen nodig en wat betere service. Dingen waar we wel voor willen betalen. Heb je een minuutje?
  165. Je hebt het te druk met "zaken doen" om ons e-mailtje te beantwoorden? O jee, sorry, we komen er later nog wel op terug. Misschien.
  166. Moeten we jou er geld voor schenken? We willen dat jij ons aandacht schenkt.
  167. We willen dat je je reis afblaast, stopt met dat neurotische, in je zelf gekeerde gedrag, en meedoet aan het feest.
  168. Maak je geen zorgen, je kan nog steeds geld verdienen. Tenminste, zolang dat niet het enige is waar je aan denkt.
  169. Is het je opgevallen dat, op zichzelf, geld een soort van een-dimensionaal is en verveelt? Waar kunnen we nog meer over praten?
  170. Jullie product is kapot. Waarom? We willen het graag vragen aan die kerel die het gemaakt heeft. Jullie bedrijfsstrategie is onzinnig. We willen graag even een praatje maken met jullie Chief Executive Officer. Wat bedoel je, ze is er niet?
  171. We willen dat je die 50 miljoen van ons net zo serieus neemt als die ene verslaggever van het Financiële Dagblad.
  172. We kennen enkele mensen uit je bedrijf. Ze zijn online best "cool". Heb je er daar nog meer van verstopt? Mogen ze naar buiten, en spelen?
  173. Als wij vragen hebben, dan wenden wij ons tot elkaar voor antwoorden. Als jij de teugels niet zo strak had aangetrokken bij "jouw mensen" dan zouden zij waarschijnlijk tot de mensen behoren waar wij ons tot wenden.
  174. Wanneer we niet druk bezig zijn om jouw "doelmarkt" te zijn, dan zijn velen van ons jouw personeel. Wij praten liever met onze vrienden online dan naar de klok te kijken. Dat geeft je betere naamsbekendheid dan je complete "miljoen euro website". Maar je vertelt ons dat met de markt spreken een Marketing aangelegenheid is.
  175. We zouden het fijn vinden als je begrijpt wat hier gebeurt. Dat zou echt heel prettig zijn. Maar het is een grote fout om te denken dat we onze adem inhouden.
  176. Wij hebben betere dingen te doen dan ons zorgen te maken over of jij te zijner tijd snapt wat onze zaak is. Zaken doen is slechts een gedeelte van ons leven. Het lijkt het gehele leven bij jouw te zijn. Denk hier eens over: wie heeft wie nodig?
  177. Wij hebben veel macht, en dat weten wij. Als jij het licht niet helemaal ziet dan komt er wel een andere club voorbij die attenter is, interessanter is, en waar je met meer plezier kunt spelen.
  178. Zelfs op zijn slechtst is onze nieuw uitgevonden conversatie interessanter dan de meeste tentoonstellingen, vermakelijker dan welke komedie op televisie, en zeker meer levensecht dan de bedrijfs-websites die we tot nu toe gezien hebben.
  179. Onze loyaliteit is aan onszelf (onze vrienden), onze nieuwe bondgenoten en kennissenkring, en zelfs onze sparring partners. Bedrijven die niet deelnemen in deze wereld hebben ook geen toekomst.
  180. Bedrijven hebben miljarden gestopt in y2k. Waarom horen ze deze markt-tijdbom niet tikken? De inzet is zelfs aanzienlijk hoger.
  181. Wij zijn zowel binnen bedrijven als daarbuiten. De grenzen die onze conversaties scheiden lijken op de Berlijnse muur van vandaag, maar ze vormen een behoorlijke ergernis. We weten dat ze afgebroken worden. We gaan aan twee kanten aan de slag.
  182. Voor traditionele bedrijven kunnen vernette conversaties verwarrend overkomen en verwarrend klinken. Maar wij organiseren ons sneller dan zij doen. Wij hebben betere middelen, meer nieuwe ideeën, en geen regels die ons alleen maar vertragen.
  183. Wij verrijzen gestaag en maken links naar elkaar. Wij slaan alles gade. Maar wij wachten niet.